Pensioenhervorming voor zelfstandigen heeft invloed op aftrekbaarheid premies voor aanvullend pensioen

Marian Van den Broucke

“Het wettelijk pensioenbedrag voor zelfstandigen wordt opgetrokken naar 50%” Een boodschap van de fiscus die maar op matig gejuich werd onthaald. Natuurlijk is dit een goede zaak voor uw wettelijk minimumpensioen als zelfstandige, maar het is heel wat minder positief voor het aanvullend pensioen dat opgebouwd wordt via de vennootschap. Wat verandert er in de berekening?


Extralegaal pensioenkapitaal of aanvullend pensioen

Al enige tijd kan u als bedrijfsleider uw vennootschap laten bijdragen tot de aanvulling van uw wettelijk pensioen. Hierbij stort u een premie groepsverzekering of een premie individuele pensioentoezegging (IPT). Dit heet uw aanvullend pensioen.


De 80%-regel

Storten voor een extra pensioen vanuit de vennootschap is een goede zaak. Deze premies zijn namelijk volledig aftrekbaar als beroepskost áls u de 80%-regel naleeft. Deze grens van 80% bepaalt dat uw wettelijk en aanvullend pensioen niet hoger mag zijn dan 80% van uw laatste normale bruto jaarbezoldiging. Overschrijdt u deze grens wel? Dan is uw gestorte premie niet langer aftrekbaar als beroepskost.


Wettelijk pensioen

Als bedrijfsleider kon u tot eind 2020 uw wettelijk pensioenbedrag ramen op 25% van de bruto jaarbezoldiging. Voor medewerkers was dit vastgelegd op 50%. Midden 2021 werd beslist om het wettelijk pensioen voor bedrijfsleiders op te trekken naar het niveau van de medewerkers. Dit lijkt mooi meegenomen, maar is dat ook zo? Stel: u behoudt uw huidig maximaal berekend aanvullend pensioen en uw wettelijk pensioen stijgt naar 50%. Dan zal u de 80%-grens onvermijdelijk overschrijden. Uw gestorte premies zullen dus niet langer aftrekbaar zijn als beroepskost in de vennootschap. Omdat uw wettelijk pensioen stijgt, zal uw aanvullend pensioen aanzienlijk moeten dalen om onder de 80%-grens te blijven. De fiscale aftrekbare premie, die u in rekening kan brengen in uw vennootschap, zal bijgevolg eveneens moeten dalen.


De nieuwe berekeningswijze

Vanaf 2021 moet het wettelijk pensioen proportioneel bepaald worden in de berekening van de 80% grens. Voor de jaren waarin u een vennootschap had vóór 1 januari 2021 is 25% de vuistregel, voor de jaren na 1 januari 2021 is 50% de vuistregel. Als jongere bedrijfsleider bent u dus het hardst getroffen door deze hervorming. Tijdens uw toekomstige activiteitsjaren zal u kunnen bouwen aan een hoger wettelijk pensioen. Anderzijds wordt de opbouw van uw aanvullend pensioenkapitaal via de vennootschap zwaar ingeperkt. Stel dat u als 22-jarige beslist om zelfstandige te worden. U richt uw eigen vennootschap op na 10 loopbaanjaren en gaat op wettelijk pensioen op 67-jarige leeftijd. In dit voorbeeld is uw bruto jaarbezoldiging 60.000 EUR. De gewijzigde berekening van het wettelijk pensioen binnen de 80%-grens heeft een duidelijke impact. U zal 95.178,87 EUR minder aanvullend pensioen kunnen opbouwen via uw vennootschap.


Onderneem actie

Een herberekening van uw maximaal aanvullend pensioenkapitaal is onvermijdelijk. Bekijk uw dossier met uw makelaar om na te gaan hoe u de volledige fiscale aftrek van de premie in uw vennootschap kan behouden.